Is dit nog wat ik wil? Geeft mijn baan me echt voldoening? Voelt mijn werk wel zinvol? Het is niet vreemd dat veel werkenden zichzelf deze vragen stelden het afgelopen jaar. De coronacrisis heeft ons leven en werk behoorlijk opgeschud. En daar waar een pas op de plaats wordt gemaakt, worden doorgaans relevante vragen gesteld.

Nederlanders scoren niet slecht op werkgeluk, maar er is zeker nog ruimte voor verbetering. Hoewel organisaties de beste omstandigheden voor werkgeluk kunnen creëren, heb je uiteindelijk zelf de sleutel tot werkgeluk in handen.

Jouw ‘droombaan’ vinden kan soms een onmogelijke missie lijken. Misschien zie je beren op de weg: ik heb niet de juiste opleiding of ervaring, het is financieel onzeker of het is te laat om van carrière te switchen. Maar een zinvolle baan die voldoening geeft en past bij wie jij bent als persoon, hoeft niet te betekenen dat je extreme keuzes hoeft te maken. Ook met kleinere stappen en met een andere mindset kun je een stuk dichter bij die droombaan komen dan je denkt.

Hoe vind je jouw roeping?

Volgens professor Amy Wrzesniewski van de Yale School of Management zijn er drie manieren om je te identificeren met je werk: je ziet je werk als baan, als carrière of als roeping. Als je alle werkenden verdeelt over die categorieën, blijken de drie groepen ongeveer even groot te zijn. Het is niet verrassend dat die laatste groep het gelukkigst is in hun werk. Ook zijn ze er beter in om hun werkzaamheden zo in te richten dat ze passen bij waar ze goed in zijn en wat ze leuk vinden.

De mate waarin je je werk ziet als roeping, hangt samen met je gevoel van ‘purpose’, ofwel: werk je toe naar een overkoepelend doel? Een doel hebben helpt je niet alleen betere keuzes te maken op werkgebied, het zorgt er ook voor dat je beter kunt omgaan met tegenslagen, onzekerheden en stress.

Wil je jouw roeping vinden? Daarvoor moet je eerst kijken naar hoe je jij je identificeert met je huidige baan. Stel jezelf de volgende vragen:

  1. Wat is het meest zinvolle deel van mijn werk?
  2. Ervaar ik emotionele voldoening aan het einde van mijn werkdag?
  3. Zou ik deze baan hebben als ik het salaris niet nodig had?
  4. Wil ik verdere carrièrestappen maken of ben ik gelukkig met deze functie?

Zie je je werk als ‘gewoon een baan’ en ben je er tevreden mee? Dat is ook goed. Je hóeft geen emotionele band te hebben met je werk. Misschien haal jij je geluk uit je leven daar omheen: familie, vrienden of hobby’s. Er is ook niks mis mee als je je baan ziet als onderdeel van een groter carrièreplan, zolang die maar bij jou als persoon past en aansluit bij je voorkeuren en talenten. Geen van de drie oriëntaties is beter dan de anderen.
Het is ook niet zo dat de ene functie altijd wordt ervaren als ‘gewoon een baan’ en de andere functie als roeping. Een fietsenmaker kan bijvoorbeeld een van de volgende drie oriëntaties hebben:

  • Baan: ‘Ik doe dit werk omdat ik het kan en ik geen andere baan kon vinden. Het brengt brood op de plank, maar het is niet mijn passie. Tijd doorbrengen met familie en vrienden geeft mij écht voldoening.’
  • Carrière: ‘Ik wil mezelf ontwikkelen. Ik wil niet alleen alles weten van fietsen, maar ook van leidinggeven. En op een dag wil ik deze zaak overnemen. Het lijkt me gaaf om de beslissingen te kunnen nemen en door mijn collega’s te worden gezien als voorbeeld.’
  • Roeping: ‘Het geeft mij veel voldoening om klanten te helpen en hun problemen zo snel en goed mogelijk op te lossen. En ik vind het gewoon prachtig om aan fietsen te sleutelen, daar kan ik me helemaal in verliezen. Het maakt mij gelukkig als ik een klant tevreden maak of als ik collega’s kan helpen. Ik ben onderdeel van het succes van deze zaak.’

Een roeping klinkt misschien als een ‘hoger doel’ in extreme zin. Maar bovenstaand voorbeeld laat zien dat als je je droombaan of roeping wilt vinden, het niet nodig is om je huis te verkopen en naar de andere kant van de wereld te verhuizen om daar weeskinderen te helpen of plastic uit de zee te vissen. Ook als fietsenmaker in Nederland kun je jouw passie en waarden verwezenlijken. Of kijk naar de mensen die juist door corona werk zijn gaan doen dat zinvol voelt of beter bij hen past. Zo gingen mensen uit de evenementenbranche testlocaties bouwen voor de GGD, zijn stewardessen in de zorg gaan werken en gooiden anderen het roer om met een carrièreswitch naar levenscoach, boer of docent. Er is niet maar één baan die jouw roeping is. Het gaat vooral ook om je eigen mentaliteit.

Hoe nu verder? Drie tips

Als je nu het gevoel hebt ‘vast’ te zitten in een baan die je niet bevalt, probeer dan het volgende:

  • Verander je instelling
    Verander je mindset. In plaats van op negatieve gevoelens te focussen, kun je kijken hoe jij bijdraagt aan het succes van de organisatie. Jouw verantwoordelijkheden, hoe klein ook, hebben waarschijnlijk wel degelijk een positieve impact. Door je instelling te veranderen, vind je mogelijk een nieuw doel binnen je huidige functie.
  • Gebruik je sterke kanten
    Wat is het beste deel van je werkdag? Het antwoord daarop zegt iets over de taken waarbij jij je sterke kanten benut. Inzicht daarin is belangrijk, omdat het gebruiken van je sterke kanten de kans op werkgeluk vergroot. Ook hangt je ‘passie’ of roeping vaak samen met iets dat je van nature al goed kunt. Ga vervolgens ‘jobcraften’: je baan zo vormgeven dat die aansluit bij je talenten en interesses.
  • Blijf netwerken
    Zoek contact met collega’s of mensen buiten jouw bedrijf die een interessante baan hebben. Netwerken is een goede manier om meer te weten te komen over het type werk dat jou het best ligt. Bovendien vinden mensen het vaak leuk om te vertellen over hun baan. Grote kans dat je geïnspireerd raakt en een beter beeld krijgt bij jouw roeping. En met een groter netwerk kan er zomaar toevallig iets op je pad komen.

Voor een deel van de Nederlanders blijft hun baan gewoon een baan, een manier om inkomen te genereren. Natuurlijk hebben ze graag leuke collega’s en willen ze zelf bepalen hoe ze hun werkdag inrichten. Maar het blijft werk. ‘Ik werk om te leven’, zeggen zij.

Voor ambitieuze carrièretijgers is een baan een manier om aan zichzelf te werken, hogerop te komen en doelen te bereiken. Ze identificeren zich met hun functietitel en hechten waarde aan de status die hun baan geeft. ‘Hij leeft voor zijn werk’, zeggen anderen soms over hen.

En dan heb je nog de mensen die hun werk zien als een verlengstuk van wie zij zijn als mens. Zij hebben een baan die past bij hun waarden en levensvisie. Vaak ervaren zij hun werk als zinvol. Het gaat hen minder om het inkomen of de status, maar meer om de voldoening die het werk geeft. ‘Mijn werk is mijn roeping’, zeggen zij bevlogen.


Gea Peper is oprichter van het HappinessBureau, dat als doel heeft werkgeluk in organisaties te vergroten, en is hoofddocent van de opleiding Werkgelukdeskundige aan diverse hogescholen. Gea is co-auteur van de boeken ‘Employee Experience – Happy People Better Business’ en ‘Werken aan Werkgeluk’.