Het kantoorleven: ik ben er geen fan van. Op zich was ik daar na een aantal jaar fulltime kantoorleed wel achter, maar ja, er moet brood op de plank. Dus wat doe je: je gaat gewoon door. Iedere dag van 9 tot 5. ‘Goeiesmorgennns!’

Ik ben het type: als ik het ergens niet naar mijn zin heb, ga ik weg. Ik struin als een malle Indeed af en reageer op de eerste de beste vacature om maar weg te zijn waar ik op dat moment zit. Door de jaren heen is dat niet zo’n goede tactiek gebleken. Al snel bleek die nieuwe baan ook geen regelrechte hit, omdat ik op dat moment totaal niet kritisch was op mijn eventuele nieuwe werkgever. Op een gegeven moment zag ik dan ook dat mijn cv nogal eh… lang werd. Ik hield het nergens langer dan een paar jaar vol. Met als dieptepunt dat ik het ergens welgeteld één dag uithield. Het kan verkeren.

Eisenpakket

Na een tijdje van job naar job te hebben gehopt, leerde ik een belangrijke les: op iedere werkplek is wel íets. Of ze hebben geen pleepapier op de wc’s (echt gebeurd, liep ik met m’n pleerol onder m’n arm naar de wc) of de collega’s zijn oersaai of het werk is niet te pruimen óf je hebt een baas from hell. Dan is het dus zaak om te weten wat je het belangrijkst vindt. Is dat uitdaging? Of juist een veilige haven? Collega’s waarmee je de nieuwste kantoor-juice kunt bespreken? Salaris?

Toen ik aan m’n zoveelste baan bij een communicatiebureau begon, leek het veelbelovend. Mijn belangrijkste eisen leken ingewilligd. De collega’s leken prima te pruimen. Het werk leek me erg leuk en afwisselend. De baas was aardig. En het salaris oké. Bovendien was het lekker dichtbij – een verademing na iedere dag twee uur treinen. Hier zou ik het de komende jaren wel uithouden dacht ik. Geen gejobhob meer, ik zou eindelijk volwassen worden en zoals iedere sterveling jarenlang iedere dag met m’n gesmeerde bammetjes richting hetzelfde kantoor gaan. Nou. Dat liep even anders.

Bedrijfscultuur

M’n collega’s waren prima, maar met niemand had ik écht een klik. Iedereen was terughoudend, waardoor ik dat ook was. Het werk was leuk, maar regelmatig had ik veel te weinig te doen. En dan gaat de dag langzaam. Héél langzaam. En weet je wat dan het állerergste is? Dat je niet gewoon kunt zeggen: ik heb niks te doen, ik ga thuis de was opvouwen, aju. Nee, ik moest braaf m’n tijd uitzitten tot vijf uur. En als ik tien voor vijf m’n tas inpakte, werd er gevraagd of ik een middag vrij had genomen. Zo’n bedrijfscultuur trek ik enorm slecht merkte ik.

Maar het ging verder. Als ik naar de tandarts moest en daardoor een halfuur later op kantoor was, ging dat van m’n vakantie-uren af. En als ik ziek was? Dan gingen de eerste twee ziektedagen ook van m’n vakantie-uren af. (Ja, dat mag wettelijk gezien, maar je snapt: als je na twee dagen weer beter bent, pak je die derde dag er gewoon lekker bij uit pure frustratie.) En thuiswerken? Dat mocht niet, want dan kon niemand zien of je wel daadwerkelijk werkte. De hele organisatie was gebaseerd op wantrouwen.

Ik merkte dat ik enorm opstandig werd van deze cultuur. Want waarom vertrouwde de baas ons niet? Alle medewerkers waren hoogopgeleide, harde werkers die verantwoordelijkheid namen voor hun werk. Iedereen deed iedere dag z’n stinkende best. Maar door het wantrouwen van onze baas werden mijn collega’s en ik juist depressief en verloren we al het plezier in ons werk. Met als gevolg dat mijn contract niet werd verlengd. Het was geen match (en er was niet voldoende werk voor me, dat ook).

Nooit meer

Was ik er rouwig om? Niet bepaald. Maar vond ik het vervelend? Ja, want ik was hoogzwanger. En ik had geen idee waar ik nú weer aan de slag moest. Gelukkig heeft het me uiteindelijk het beste ooit gebracht. Ik besloot nooit meer onder zo’n wantrouwende baas aan de slag te gaan en mijn kansen te wagen als freelancer. En dat was de beste beslissing ooit. Nu kan ik van klus naar klus hoppen zonder schuldgevoel, vrij nemen wanneer ik wil én kan ik om drie uur de was gaan opvouwen – met een wijntje. Doe eens gek.

Over Karin Broeren

Karin werkt al zo’n tien jaar in de mediawereld als redacteur, journalist, redactiecoördinator, columnist en communicatiespecialist. Voorheen altijd in loondienst, sinds een paar jaar als zzp’er. Vanuit haar nimmer opgeruimde thuiskantoor schrijft ze voor verschillende (online) magazines, bedrijven en vakbladen. En dat is te gek, want nu kan ze openlijk toegeven aan haar social media-verslaving en luidruchtige voiceberichten naar vriendinnen sturen onder werktijd. Verder is ze moeder van twee jonge kinderen en voelt werken daarom voor haar als vrije tijd.