We hebben allemaal een aantal ‘beveiligingsmechanismes’ in huis om op onze eigen manier te dealen met heftige gebeurtenissen, zoals rouw. Een daarvan is deze: emoties op afstand houden. Het lijkt wel of je brein een soort kluisdeur op slot gooit waardoor dingen niet echt lijken, niet helemaal 100% doordringen en je dus ook niet echt emotioneel bent. Herken je dat? Dan ken je de overlevingsstand die ik lange tijd heb ervaren.

Met een knal

Ik ga iets heel persoonlijks met je delen. Gewoon met de deur in huis vallen. Mijn zus is op 36-jarige leeftijd overleden. Nou daar staat het dan, zwart op wit. En wat is het raar om dit te delen met wie het ook maar leest. En al is het ‘al’ drie jaar geleden, het blijft onwerkelijk. Ook nu merk ik dat die kluisdeur in mijn hoofd meteen dicht geramd wordt. Met een knal van heb ik jou daar. Ik weet natuurlijk dondersgoed dat het waar is, maar mijn brein weigert het te accepteren. En dat is niet zo gek, sommige dingen zijn te akelig om tot je door te laten dringen en dan is de overlevingsstand van mijn brein weleens prettig. Nu, drie jaar later, kan ik zeggen dat ik er aardig bovenop ben. Al zal het gemis natuurlijk nooit echt weggaan en blijven er moeilijke momenten, ook met m’n kop in het zand. 

Struisvogel

In de tijd dat mijn zus ziek was, was ik net een struisvogel. Ik deed net of er niks ergs aan de hand was. Wanneer mijn zus in een dip zat, bleef ik positief en steunde ik haar. Dat ging vanzelf. Maar op mijn werk had ik de focus van een goudvis en kreeg ik weinig uit m’n handen. Niet dat ik snikkend rondliep, helemaal niet zelfs want m’n hoofd zat intussen metersdiep in het zand. Met m’n zus fantaseerde ik over een rollatorrace als we 80 zouden zijn. Volle bak ontkennen dat het foute boel is.

Zombie

Ontkennen tot het niet meer kon. Want op 28 december 2018 veranderde alles. Mijn zus overleed. Een onwerkelijke gebeurtenis die de fundering onder me uit leek te slaan. Opnieuw was mijn focus naar de haaien. Ik wilde de maar doordraaiende wereld het liefst stopzetten. Ik voelde me een zombie die wel zag wat er gebeurde, maar waarbij het niet wilde landen ofzo. Op het werk was ik aanwezig. Fysiek dan. En daar is alles mee gezegd. Achteraf gezien had ik ook nooit zo snel weer moeten gaan werken. Een paar dagen met de gordijnen dicht in bed blijven liggen was misschien beter geweest. Gewoon ik en mijn verdriet. Met mijn grote vriend boosheid erbij. 

Emotieloos, of toch niet?

Vreemd genoeg merkte ik al vrij snel dat ik best prima kon vertellen wat er gebeurd was. Compleet zonder emotie. Gek toch? Ik koppelde de waarheid los van mijn emoties, alsof ik vertelde over de laatste aflevering van Boer zoekt vrouw die ik gezien had. Dit kon natuurlijk nooit over mijn zus gaan. Dat bestaat niet. Ik had wel gehuild, toen haar kindjes afscheid kwamen nemen en op het moment van overlijden, en ook tijdens de uitvaart. Maar daarna niet meer.

Ik had wel door dat dit niet gezond was, dat ik hier iets mee moest, maar er sluimerde een angst om te voelen. Wat als ik ga rouwen? Hoe doe je dat zonder finaal in te storten? En hoe ga je überhaupt rouw aan? Bang dat ik zoveel verdriet zou voelen dat ik echt niks meer kon.

De kluisdeur

Gelukkig kreeg ik vanuit mijn werk rouwbegeleiding. De eerste paar sessies liet ik geen traan. Niet één. Ik zat als een of ander emotieloos wezen tegenover mijn coach en vertelde alles in geuren en kleuren. Mijn coach liet gebeuren wat gebeurde maar wist wel precies waar te prikken. Ik vergeet het nooit meer: na weer een emotieloze sessie praatten we nog wat na bij het koffieapparaat. En wat hij toen zei: “Is het eerlijk naar jouw zus toe dat je niet huilt?” Au.. die kwam binnen. De kluisdeur schoot open. Met net zo’n rotvaart als dat ik die dicht kon gooien. En ja, daar kwamen ook de tranen. Eindelijk.

Toch sta ik nog steeds een beetje in standje overleven. En dat is niet erg, ik zal het verdriet altijd bij me dragen. Maar ik heb inmiddels wél geleerd hoe ik bij mijn emoties kan. Helaas heb ik geen wonderrecept voor iedereen die hiermee kampt. Hoe je de kluisdeur opent (en dicht doet) is namelijk voor iedereen anders. Mijn tip is in ieder geval om hulp te zoeken. Zonder mijn coach was mijn kluisdeur nog veel langer dicht gebleven, denk ik. 

Opbouwen 

Mijn instelling de eerste weken na het overlijden van mijn zus was vrij simpel en misschien heb je er nog wat aan: Ik ben m’n bed uit, ik ben buiten geweest, ik heb gefietst (naar kantoor) en ben de drempel van kantoor over. En hé, m’n computer staat zelfs al aan! Ik ben goed op weg. Maar die instelling kun je natuurlijk niet blijven houden. Ergens, een keer, moet je weer opbouwen naar ‘normaal’ functioneren.

Voor een leidinggevende is een situatie als deze natuurlijk lastig. Je wil iemand tijd en ruimte geven voor verdriet, maar er ligt ook een stapel werk te wachten. En wanneer geef je genoeg ruimte en wanneer teveel? Een worsteling die het voor mij en mijn leidinggevende best lastig heeft gemaakt. Ik liep behoorlijk op m’n tenen om maar niet compleet onderuit te gaan en durfde daarom niet te rouwen. (Wat overigens compleet averechts werkte want mijn functioneren werd er niet beter op.) Mijn leidinggevende moest een balans vinden in wat voor mij goed was, maar ook voor het werk. Daar komt dan nog bovenop dat elke werknemer anders is en je de één meer ruimte kunt (of moet) geven dan de ander.

Uiteindelijk vonden we onze weg met elkaar. Maar daar waren best wat gesprekken voor nodig en uiteindelijk ook een bommetje dat in mij barstte. Daardoor gaf ik ein-de-lijk aan waar ik nou echt bang voor was: voor het compleet instorten als ik het rouwproces aan zou gaan.

Rouwen kost tijd

Wat ik jou mee wil geven is het volgende: Gun jezelf de tijd en zoek steun. Praat met je leidinggevende of een bedrijfsarts, al is het puur preventief. Zorg goed voor jezelf, dat is nu belangrijker dan ooit. En heb je net als ik moeite met om hulp vragen? Bedenk dan dat je leidinggevende en bedrijfsarts betaald worden om er voor je te zijn en het beste uit jou te halen. Ook nu. Juist nu. De overlevingsstand is niet erg. Het is zelfs normaal. Maar trek op tijd aan de bel, zodat je ook weer gaat leven.